Wonen in het Gooi

Wonen in ’t Gooi is heerlijk! Met haar prachtige en afwisselende omgeving, uitvalswegen naar de randstad en gezellige dorpen is de regio ’t Gooi al jaren een geliefd plekje om te wonen. 

De plaatsen in ’t Gooi worden verbonden door bossen en heiden en hebben allen wat met elkaar gemeen maar zijn toch ook weer compleet verschillend. Wat maakt deze plek zo geliefd voor vele mensen? Elke plaats heeft zijn eigen geschiedenis, verhalen en kenmerken terwijl ze gezamenlijk allemaal onder de wimpel het Gooi behoren.

Het Gooi is knus en heeft karakter
Naast gezelligheid is er rust en ruimte
Kies je eigen plek in het Gooi
BlaricumBussumEemnesHilversumHuizenLarenNaardenNaarden-vesting
212.802
Veel bos, heide en landelijk gebied
5x treinstation
Blaricum € 775.900,-
Bussum/Naarden  € 510.200,-
Eemnes € 423.000,-
Hilversum € 404.800,-
Huizen € 408.500,-
Laren € 768.100,-

Dit maakt ons uniek

Gooiswonen.nl is het platform voor geïnteresseerde en makelaars. Of het nou gaat om het wonen in één van de plaatsen of over het Gooi als algemeen , hier vind je de informatie per plaats en zelfs per wijk en buurt.

(Fijn) wonen is zo belangrijk voor ons als mens. Als je het hebt over wonen valt daar heel veel mee samen, zo heeft de omgeving, de straat, je buren, je werk, de voorzieningen daar allemaal vat op en kan je zeggen: wonen is meer dan een dak boven je hoofd!

Neem contact met ons op

Kenmerken van het Gooi:

Karakteristiek | gunstig gelegen ten opzichte van Amsterdam, Amersfoort en Utrecht | gemoedelijk | water- en bosrijke omgeving | gevoel van vrijheid komt hier echt tot zijn recht

Gjalt SmitInitiatiefnemer GooisWonen

Wat ik zo fijn vind aan het Gooi is dat je de drukte kunt opzoeken en ook helemaal alleen kan zijn buiten, probeer dat maar eens in Amsterdam te vinden

Wonen in 't Gooi

Rust, ruimte en karakter

Centraal gelegen in het land
Veel groen en water
Diversiteit aan natuur
Ruim opgezet met veel buurten
Volop vermaak, speelplezier en horeca

Kom ontdekken

Blaricum en laren hebben nog veel van het oorspronkelijke rurale karakter behouden, ondanks het feit dat de dorpen veel nieuwkomers hebben mogen verwelkomen de laatste jaren. Hilversum is de fraaie Dudokstad waar veel ruimte is voor vernieuwingen. En overal in het Gooi vind je bossen, heide, prachtige buitenplaatsen, landerijen en de schoonheid van de plassen.

Op een aangename zondag is er tijd voor een gezamenlijke ‘ontspandag’ en zijn de wandelpaden voorzien van vele gezinnen met of zonder hond. Ook de terrassen zijn met een beetje zon al snel gevuld.
Het is genieten van het gevarieerde landschap, de villa’s en de boerderijen, en de mooie verhalen en kleurige anekdotes, zoals menig inwoner ze hier wel kent…

Bereikbaarheid en ligging van het Gooi

Ligging het Gooi

’t Gooi is een afwisselende woonomgeving waar een mix is van jonge gezinnen en gepensioneerde ouderen. Het biedt genoeg ruimte voor recreatie en buitenplezier. Het Gooi wordt niet voor niets ook wel een ‘Oase aan rust’ genoemd. ’t Gooi is een van de oudst bewoonde streken van Nederland en dat is niet voor niets. Het ligt op korte afstand van Amsterdam, Amersfoort en Utrecht waardoor het een ideale plek is om te wonen.

Bereikbaarheid van het Gooi

Het Gooi is vanuit Almere, Amsterdam en Amersfoort aan te rijden via de snelweg A1 en vanuit Utrecht via de A27.
Ook binnendoor is het Gooi goed bereikbaar over verschillende N-wegen. Zo kan je vanuit richting Vinkeveen over de N201 het Gooi betreden.

Wanneer je in het Gooi gaat wonen is wellicht het ontstaan van het Gooi interessant

Ontstaan van het Gooi

Om hier wat over te vertellen gaan we aantal jaartjes terug in de tijd. Wie aan het Gooi denkt, denkt al gauw aan natuur (en wellicht velen aan enorme rijkdommen). Bossen, heiden en heuvels, begrensd door rivieren, plassen en randmeren. Niet iedereen zal zich realiseren dat dit bijzondere landschap is ontstaan uit een combinatie van natuur, klimaatwisselingen en het werk van mensenhanden.

Voor die klimaatwisselingen moeten we heel erg ver terug in de tijd, naar de voorlaatste ijstijd, 300.000 tot 180.000 jaar geleden. Uitlopers van enorme Scandinavisch landijs schoven in die tijd tot in onze streken. Het aanwezige zand, aangevoerd door de grote rivieren, werd opgeduwd tot langgerekte heuvelruggen. Stuwwallen, die van noord naar zuid lopen, met een aftakking in oostelijke richting bij Huizen.
De Hilversumse heuvels ontstonden als eerst: Trompenberg, Hoorneboeg, Boonberg en Zwarte Berg. Daarna werden de heuvelrug tussen Huizen en Laren gevormd, met de Warandebergen en het Huizerhoogt hier weer tegenaan geduwd. Wind en regen vlakten deze ‘bergen’ in de loop daar jaren geleidelijk af.
In de laatste ijstijd, 120.000 tot 10.000 jaar geleden, had het Gooi de aanblik van een toendra. Een droog en kaal landschap, waarin de wind vrij spel had en hier en daar een meters dikke laag dekzand neerlegde. Soms gebeurde dat in de vorm van een duin, zoals de Lange Heul op de hei tussen Hilversum en Bussum.
Maar daarmee was het fundament van het karakteristieke landschap nog niet af. Dat gebeurde pas in het warme en vochtige klimaat van een kleine 5000 jaar geleden. Sinds die tijd ontstonden aan de randen van wat we nu het Gooi noemen grote moerassen, die uiteindelijk de basis vormden voor uitgestrekte veengebieden (wat we nog goed kunnen zien bij Loosdrecht). Van een toendra was het Gooi gaandeweg veranderd in een groot oerbos, voornamelijk van eiken en berken, afgewisseld met wat elzen en wilgen.

Vuursteen

Al vanaf zo’n 150.000 jaar geleden hadden er mensen gezworven door de Gooise toendra. Het waren nomaden, rondtrekkende rendierjagers. Van hun aanwezigheid getuigen opgegraven werktuigen van vuursteen.
Zo’n 8000 jaar geleden vestigden de eerste bewoners zich in het gebied. Eerst jagers en verzamelaars. Daarna de eerste landbouwers, die ruimte voor akkers maakten door stukken bos te kappen of af te branden. Het hout gebruikten zij als bouwmateriaal of brandstof. Als de grond na een aantal oogsten was uitgeput, gingen ze een stukje verderop. Hun grazende vee zorgde ervoor dat de verlatenakkers niet opnieuw in bos veranderde.
Aan de eerste echte bewoners herinneren nog de grafheuvels op de Hoorneboegsche, Zuider- en Westerheide (tussen Laren en Hilversum in). En natuurlijk de archeologische vondsten, waaronder stenen werktuigen, urnen en andere aardewerk, die hun weg naar diverse musea hebben gevonden.
Veel later, in de vroege middeleeuwen, ontstonden de eerste nederzettingen. Het eerste Naarden (dat ten noordoosten van de huidige, in 1350 gestichte vestingstad lag) was waarschijnlijk een vroege ontginning in het veen. De andere dorpen ontstonden op de beboste flanken van de afgesleten stuwwallen. Van kleine ontginningen met vaste akkertjes in het uitgestrekte bos groeiden zij langzaam uit tot gehuchten.
De schapen van de bewoners zwierven over de omringende hei. Hun koeien en paarden graasden op gemeenschappelijke weilanden (meenten). Aan zee lagen de ‘maatlanden’, waar het hooi voor in de winter vandaan kwam (vroeger lag het Gooi aan de Zuiderzee wat nu het IJsselmeer heet). Weiland en woeste grond werd gemeenschappelijk gebruikt door de Gooise boeren (de erfgooiers), die zich omstreeks het einde van de 13e eeuw in een ‘marke’ verenigden.

Heide

Het Gooise landschap bestond in de vroege Middeleeuwen grotendeels uit bos en hakhout. Maar in de loop der tijd namen de heidevelden in omvang toe, ten koste van het bos. Ook de kring van kavels akkerland rond de dorpen werd groter. Voor het vruchtbaar houden van deze ‘engen’, was veel mest nodig. Die mest moest worden geproduceerd door het vee.
Een centrale rol in het bedrijf, veeteelt in dienst van de landbouw, speelde de potstal. De schapen werden hier ’s avonds en ’s nachts in opgeborgen, de runderen gedurende de gehele winter.
Door het ongecontroleerd afsteken van heideplaggen ontstonden overigens hier en daar zandverstuivingen, zoals die nog te zien zijn ten zuiden en ten oosten van Bussum, bij Het Bluk en De Witte Bergen.
Vanaf de 14e eeuw nam de Gooise bevolking flink toe. De vestingstad Naarden, in 1350 gesticht, bloeide. De tweede oude kern, Laren breidde zich uit. Net als Hilversum, Huizen, Blaricum en Bussum. Dat had gevolgen voor de woeste gronden. Niet alleen voor de heide maar ook voor het bos. Rond 1550 zag je in het Gooi alleen nog bosjes hak- en kreupelhout. Ook het eens uitgestrekte Gooierbos viel ten prooi aan de bijlen.

Schaapskudden

Het Gooi was in enkele eeuwen tijd door mensenhanden veranderd van een uitgestrekt bos in een kaal heidelandschap, slechts doorkruist door schaapskudden, hun herders en een enkele reiziger. Een streek, arm aan natuurlijke rijkdommen.

Nadat het meeste hout was verdwenen, restte evenwel nog turf en zand. De veengebieden aan de westelijke en zuidelijke grens van het Gooi waren al vanaf het jaar 1000 ontgonnen om plaats te maken voor landbouwgrond. Later was het de ontginners te doen om de turf, die gebruikt werd als brandstof. Eerst werden de gronden droog verveend. Later werd het veen onder de waterspiegel gebaggerd, op ‘legakkers’ te drogen gelegd en vervolgens tot turfjes verwerkt. De ‘trekgaten’ liepen direct vol water. Waar de legakkers door het water werden weggeslagen, ontstonden er uitgestrekte plassen.
Ook de winning van zand had gevolgen voor het landschap. Via diverse nieuwe (trek)vaarten werden scheepsladingen afgevoerd naar Amsterdam, dat het zand nodig had voor de uitbreiding van de stad. Gegraven werd er vooral aan de westkant van het Gooi: op de Hilversumse Meent, in ’s-Graveland en in de omgeving van de Gooise Vaart.

Parkbossen

Dankzij de inspanningen van een aantal grootgrondbezitters was het bos sinds de 17e eeuw weer langzaam in opkomst. De parkbossen van buitenplaatsen in onder meer ’s-Graveland en de Gooise Noordflank (het kustgebied tussen Naarden en Huizen) vormden de basis voor de huidige Goois bossen. De aangeplante bossen dienden twee doelen. Zij leverden niet allen hakhout, maar dienden ook tot verfraaiing van het landschap en als wandelgebied voor de grootgrondbezitters en zijn gasten.
In de 17e en 18e eeuw bleef de liefde voor de natuur nog beperkt tot de buitenplaatsen van rijke stedelingen in ’s-Graveland en in kuststrook van de Zuiderzee. Dat waren geordende oases in een woeste en lege omgeving. Geleidelijk aan veranderde dat negatieve beeld in een positief, romantisch beeld van het platteland (en de plattelanders).

Schilderij

Onder de eersten die het schrale Gooise landschap en zijn stugge bewoners waardeerden, bevonden zich enkele romantische schilders. Jan van Ravenswaay, schilderde de natuur rondom Hilversum. Barend Cornelis Koekkoek, die de natuur omschreef als ‘het volmaakte schilderij’. Veel later belande Jozef Israëls, op zijn zoektocht naar ongerepte natuur en een onbedorven boerenleven, als een van de eerste schilders in het pittoreske Laren. Na hem volgden een lange rij kunstenaars uit binnen- en buitenland. Een centrale rol in de opkomst van het Gooi als stek voor schilders en andere kunstenaars speelde de Larense hotelhouder Jan Hamdorff. Schilders en schrijvers raakten in de 19e eeuw geïnteresseerd in de pittoreske ‘woeste gronden’. Twee natuurliefhebbers slaagden erin om het Naardermeer te redden uit handen van de gemeente Amsterdam, die de ‘waardeloze plas’ wilde dempen met huisvuil en afval.
Het Naardermeer werd daarmee (in 1906) het eerste natuurmonument van Nederland.

Dagjesmensen

Gaandeweg kreeg ook het grote publiek langzamerhand belangstelling voor de Gooise natuur. De uitgestrekte bossen van de landgoederen en zelfs de ‘stille’ heide trokken, vooral op zondag, steeds meer dagjesmensen, uit het Gooi, maar ook uit Amsterdam. De Oosterspoorweg en de Gooise Stoomtram Maatschappij hadden een belangrijke bijdrage in de ontsluiting van het gebied. Niet alleen voor toeristen, maar ook voor een groeiende stroom forenzen en nieuwe bewoners.
In de volgende jaren ontwikkelden Hilversum en Bussum zich tot flinke forenzen gemeenten met een groeiende industrie. Een van de gevolgen van de komst van het spoor was bijvoorbeeld de verhuizing van de chocoladefabriek Bensdorp van Amsterdam naar Bussum.
Later volgde ook nog de Gooische Stoomtram, die vanuit Amsterdam via Muiderberg de verbinding legde tussen de Gooise plaatsen. De trams waren populair onder de dagjesmensen. Mede door de ontsluiting per spoor groeiden de Gooise dorpen binnen enkele tientallen jaren uit tot flinke kernen met onder meer uitgestrekte villaparken, die bijdroegen aan de lommerrijke aanblik van het Gooi.

Industrie

Ondertussen zette, in het eerste kwart van de 20e eeuw, de neergang van het traditionele agrarische bedrijf door. Akkers werden verkocht voor bouwterrein, de visserij in Huizen halveerde in korte tijd. Middenstand en industrie kwamen op. Vooral de industrie zorgde voor een enorme toename aan aantal inwoners, vooral in Hilversum. De groei van de bevolking stelde de gemeentebesturen voor de opdracht om meer woningen, scholen en andere voorzieningen te bouwen. Maar de groeiende bevolking had ook behoefte aan ontspanning in de vrije natuur.

Projectontwikkelaars

Het grootste deel van de heiden, weiden en akkers was in het begin van de vorige eeuw nog in het bezit van Stad en Lande van Gooiland. Omdat het merendeel van de erfgooiers maar weinig oog voor de natuur hadden en meer voor eventuele verdiensten, werd gevreesd dat zij grote stukken grond zouden verkopen, aan om bouwruimte snakkende gemeenten of aan projectontwikkelaars die brood zagen in de aanleg van villa wijken.
De oprukkende bebouwing zou ten koste gaan van de grootste troef van het Gooi, de natuur. De zes Gooise gemeenten probeerden daar gezamenlijk een stokje voor te steken. Hieruit ontstond de Stichting Gooisch Natuurreservaat.